Aangepast zoeken
Sorteren op:
Relevance
Relevance
Date
Web
 
 
 
Ombudsman voor beter Openbaar Vervoer Ik heb een klacht
  • De Geschillencommissie 1992 (JV p. 62) 26 april 2017 De Commissie is van mening dat in het algemeen het verzoek om het vervoerbewijs te tonen een alleszins redelijke en gebruikelijke maatregel is, waarbij in de regel geen discussie aan vooraf dient te gaan of dit in de gegeven situatie wel een zinvolle bezigheid is.
    Wordt een geldig vervoerbewijs om wat voor reden dan ook ingenomen, dan is het niet redelijk om de passagier voor het resterende deel van de reis een kaartje te laten kopen, aldus de Commissie.
  • De Geschillencommissie 1998 (JV p. 52) 26 april 2017 In geval van een overmacht situatie waardoor er vertraging optreedt, moet de vervoerder een alternatief aan de reiziger aanbieden en dit alternatief vergoeden. Van de reiziger mag de vervoerder verwachten dat een behoorlijk betalingsbewijs van het alternatief overlegd wordt.
  • De Geschillencommissie 1998 (JV p. 52) 26 april 2017 Ook al heeft de consument een eerste klas vervoersbewijs betaald, de NS kan niet in alle gevallen garanderen dat er in deze klasse een zitplaats is. Is het niet beschikbaar zijn van voldoende zitplaatsen een gevolg van een fout van de NS, bijv. het inzetten van nieuw materieel, dan zijn de gevolgen een risico van het bedrijf.
  • De Geschillencommissie 2000 (JV p. 60) 26 april 2017 Is het rechtvaardig dat de terugreis (van A naar B) één strip meer kost dan de heenreis? Neen, vindt de geschillencommissie ook al is de route van de terugreis langer. Voor de reiziger is geen enkel voordeel te behalen uit de ene of de andere route, mits de reiziger in het extra deel uitstapt. De vervoerder en reiziger zijn een contractuele relatie met elkaar aangegaan waar de redelijkheid en de billijkheid bepalend zijn.
  • De Geschillencommissie 2001 (JV p. 55-56) 26 april 2017 De plicht van informatie verstrekking door de NS wordt door de geschillencommissie van geval tot geval bekeken. Geeft de NS informatie over een vertraging dan geeft de NS niet alleen informatie over het feit dat de vertraging plaatsvond, maar mogen passagiers er ook op vertrouwen dat niet veel eerder vertrokken gaat worden.
    Voor luchtreizigers gelden andere regels. De NS mag ervan uitgaan dat deze categorie reizigers een speling van 120 minuten in acht neemt tussen het moment van aankomen op de luchthaven en het vertrek van het vliegtuig. Bij de NS rust de zorgplicht om binnen het redelijke, alles te doen om luchtreizigers voldoende te informeren.
  • De Geschillencommissie 2003 (JV p. 57) 26 april 2017
  • De Geschillencommissie 2003 (JV p. 58) 26 april 2017 Wat valt onder handbagage en hoe ermee om te gaan?
    In de algemene vervoersvoorwaarden staat dat een passagier handbagage mag meenemen, tenzij dit voor een ander gevaar, verontreiniging of hinder met zich meebrengt. Ook is geregeld dat de reiziger verplicht is de aanwijzingen van het personeel op te volgen als het gaat om de handhaving van deze voorwaarden. Het personeel heeft een beoordelingsmarge voor de wijze waarop handbagage wordt vervoerd. Vanzelfsprekend mag het personeel daarbij niet willekeurig optreden.
    Om willekeur te voorkomen kan de vervoerder de consument een vergunning verstrekken met daarin voorwaarden waaraan de desbetreffende handbagage moet voldoen of met daarin de toegestane tijdstippen van het reizen met desbetreffende handbagage.
  • De Geschillencommissie 2005 (JV p. 66) 26 april 2017 Hoever strekt de zorgvuldigheidsplicht van de vervoerder? De gebruikelijke procedure van de NS is, dat de conducteur kijkt of niemand meer in- of uitstapt als de trein stilstaat bij een perron, alvorens de deuren te sluiten. Het sluiten van de deuren wordt gebruikelijk vooraf gegaan met een fluitsignaal. De NS kan niet aantonen dat deze gebruikelijke procedure gevolgd is. Hierdoor hecht de Commissie meer waarde aan de gedetailleerde beschrijving van de passagier. De passagier is van mening dat afgeweken is van de gebruikelijke procedure waardoor zijn veiligheid in gevaar is gebracht (hij kon nog net zijn jas tussen de deuren uittrekken).De NS wordt door de geschillencommissie veroordeeld tot het betalen van een vergoeding.
  • De Geschillencommissie 2006 (JV p. 72) 26 april 2017 Wanneer kan geen gebruik worden gemaakt van de NS regel ‘geld terug bij vertraging’. Bij oneigenlijk of onjuist gebruik van de regel ‘geld terug bij vertraging’ is het rechtvaardig dat de consument wordt uitgesloten van de GTBV regeling. De Geschillencommissie is echter wel van mening dat de duur van de uitsluiting beperkt moet worden.
  • De Geschillencommissie 2007 (JV p. 77) 26 april 2017 Wanneer is sprake van overmacht en wat moet de vervoerder in zo’n geval doen? Het afsluiten van de weg door een zwaar ongeval is voor de vervoerder een overmachtsituatie. De vervoerder heeft echter wel een zorgplicht. Hij moet zich het lot van de passagiers aantrekken. Dat betekent dat hij bemiddeling moet aanbieden, aandacht moet besteden de belangen van de passagiers en binnen redelijke grenzen moet meedenken over oplossingen.
  • LJN:AY 9087, Gerechtshof Leeuwarden, 0600344 26 april 2017 Wanneer is sprake van openbaar vervoer en niet van besloten busvervoer? Art. 1 Wp 20000 onder h definieert openbaar vervoer als; voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling met een auto, trein, tram bus, metro of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig. Besloten busvervoer wordt omschreven als; personenvervoer per bus anders dan bedoeld onder h. Zoals onder h blijkt moet er gereden worden volgens een dienstregeling. Een dienstregeling wordt in de wet (art. 1 lid 1onder g Wp 2000) omschreven als een voor ieder kenbaar schema van reismogelijkheden waarin zijn aangeduid de halteplaatsen waartussen en de tijdstippen waarop openbaar vervoer wordt verricht, zo nodig onder vermelding dat of de halteplaatsen of de tijdstippen door de reiziger kunnen worden beïnvloed.
  • LJN:BC0914, Centrale Raad van Beroep, 06/2968AW 26 april 2017 Volgens de Centrale Raad van beroep geldt sinds 2003 een uniforme reiskostenregeling voor alle rijksambtenaren. Uitgegaan moet worden van de meest gebruikelijke route en niet van de kortste route. De kortste route kan namelijk de moeilijkste route zijn. Gevolg van het uitgaan van de meest gebruikelijke route is, dat de kosten voor deze route hoger kunnen uitvallen.
  • LJN:BC 4199.Hoge Raad,00264/07J 26 april 2017 Wat is te verstaan onder het begrip “gebruik maken van het openbaar vervoer”? Dit begrip wordt namelijk niet nader gedefinieerd in de Wp 2000 dan wel het Bp 2000. Ook de wetsgeschiedenis bevat geen nadere uitleg over dit begrip.
    In deze uitspraak is uitgemaakt dat ingevolge art 47 lid 1onder a Bp 2000 een reiziger een vervoerbewijs dient te hebben voordat hij het (voor vertrek gereed staande) vervoermiddel betreedt.
  • De Geschillencommissie 2009 (20-02-2009) 24 maart 2009 Heeft een reiziger met een (combi-)abonnement recht op een schadevergoeding in geld wanneer hij geen gebruik heeft kunnen maken van dat abonnement t.g.v. een staking ? Heeft de reiziger recht op een vergoeding voor de kosten van vervangend vervoer ?